In België zijn twee op de drie werknemers al eens gaan werken terwijl ze ziek waren. Op het eerste gezicht lijkt dat bewonderenswaardig, maar in werkelijkheid heeft dit ‘presenteïsme’ negatieve gevolgen voor de bedrijven. Werkgevers onderschatten vaak de verborgen kosten ervan.
Absenteïsme of ziekteverzuim is een belangrijk thema voor elke HR-afdeling. Maar de tegenhanger ervan, presenteïsme, krijgt veel minder aandacht, terwijl de kosten ervan voor werkgevers minstens even hoog zijn. Maar wat is dit ‘roze absenteïsme’ eigenlijk? Heel eenvoudig: een werknemer die gaat werken, hoewel hij ziek is. Volgens een enquête uit 2020 van DARES, de dienst voor statistiek van het Franse ministerie van Arbeid, zou een kwart van alle ziektedagen presenteïsme zijn. En in heel Europa zegt ruim 60% van de werknemers dat ze al eens ziek zijn gaan werken. Bij ons bezondigt zelfs 65,9% van de werknemers zich aan presenteïsme. Een belangrijk verschijnsel dus, maar dat nog te veel onder de radar blijft.
Onzichtbare, want niet gemeten kosten
In de praktijk is presenteïsme schadelijk voor werkgevers: dat iemand fysiek aanwezig is, garandeert niet dat hij of zij goede prestaties levert. Gezondheidsproblemen beïnvloeden negatief de kwaliteit van het werk en dat geeft de ruime helft van de Belgen die al eens aan ‘roze absenteïsme’ hebben gedaan ook toe. Een onderzoek dat in de Harvard Business Review is gepubliceerd, raamt de kosten van presenteïsme voor de Amerikaanse bedrijven jaarlijks op 150 miljard dollar. In het Verenigd Koninkrijk zou volgens Deloitte het prestatieverlies door onbehandelde gezondheidsklachten duurder zijn dan het gemelde ziekteverzuim. En dan zijn er nog allerlei onrechtstreekse gevolgen: meer fouten, concentratieverlies, besmettingsrisico’s voor collega’s, langere termijnen, grotere kans op een burn-out.
De belangrijkste reden? Schuldgevoel
Maar waarom zou je gaan werken als je ziek bent? Een studie van Tempo-Team uit 2025 waaraan in België 2 000 werknemers deelnamen, licht een tipje van de sluier op. De belangrijkste reden zou schuldgevoel zijn (35%), gevolgd door verantwoordelijkheid voor lopende dossiers (33,1%) en angst dat de collega’s voor je afwezigheid moeten opdraaien (31,3%). Deze cijfers leveren een duidelijk beeld op: werknemers dwingen zichzelf om te gaan werken uit loyaliteit. Bovendien spelen ook impliciete dwangmechanismen een rol. Eén op de tien werknemers geeft namelijk toe dat ze druk ervaren van collega’s of het bedrijf om ziek te gaan werken. DARES beschrijft deze paradoxale situatie: hoe moeilijker de arbeidsomstandigheden en de werkomgeving in een bedrijf zijn, hoe groter het presenteïsme.
Organisatiesymptoom
Net zoals absenteïsme is presenteïsme meer dan irrationeel individueel gedrag. Het laat ook zien hoe het met de organisatiecultuur is gesteld. Heerst er angst om afwezig te zijn? Zijn de voorwaarden voor aanwezigheid onvoldoende duidelijk? Is de werklast ongelijk verdeeld? Volgens professor Anja Van den Broeck, specialiste arbeidsmotivatie aan de KU Leuven, beschikken bedrijven over hefbomen: de preventie versterken, de voorwaarden voor de aan- en afwezigheid van werknemers expliciet uitleggen en de arbeidsorganisatie flexibeler maken (telewerken, back-up, enz.) om overbelasting en knelpunten als iemand ziek is, te voorkomen. Wie dit fenomeen negeert, accepteert hoe dan ook een onopvallend, maar duur prestatieverlies.





